Van Kupang naar Alor
Na Java en Bali was het tijd voor een compleet ander stukje Indonesië. Onze reis ging verder naar het oosten, via Kupang op Timor naar Alor. En hoe verder je richting Oost-Indonesië reist, hoe meer het gevoel ontstaat dat je het drukkere en toeristische Indonesië achter je laat. Dit gedeelte van de reis stond vooral in het teken van één van onze grote passies: duiken en snorkelen. En daarvoor bleek Alor een schot in de roos.
Een korte kennismaking met Kupang
Vanaf Bali vloog ik naar Kupang, de hoofdstad van de provincie Oost-Nusa Tenggara en gelegen in het westelijke, Indonesische deel van het eiland Timor. Kupang bleek voor deze reis niet meer dan een tussenstop met één overnachting. Jammer eigenlijk, want de korte kennismaking smaakte absoluut naar meer.
Het is geen stad vol grote toeristische bezienswaardigheden, maar juist dat maakte het leuk. Gewoon de camera pakken en de straat op. Markten, kleine winkels, brommers, kleurrijke straten en vooral ontzettend vriendelijke en nieuwsgierige mensen. Kupang bleek een geweldige plek voor straatfotografie. Geen geposeerde toeristenplaatjes, maar gewoon het dagelijkse leven vastleggen. Mensen vonden het prachtig om gefotografeerd te worden en zo ontstond in een paar uur tijd een ontzettend leuke serie foto’s.
En na al dat wandelen hoort er natuurlijk gegeten te worden. Dat werd een fantastisch lokaal visrestaurant. Verse vis uitzoeken, laten bereiden en vervolgens heerlijk eten tussen de lokale bevolking. Precies zoals ik het graag heb. Eén nacht Kupang was dus eigenlijk te kort. Timor staat inmiddels op het lijstje om in de toekomst uitgebreider te ontdekken. Het eiland is groot, ruig en nog veel minder toeristisch dan bijvoorbeeld Bali. Deze keer was Kupang slechts een tussenstop, maar een volgende keer mag Timor wat mij betreft zelf de bestemming zijn.
Op naar Alor
De volgende ochtend ging het vliegtuig verder naar Alor. Bij aankomst werd meteen duidelijk dat ik opnieuw in een heel ander deel van Indonesië was beland. Het vliegveld van Alor is klein. Héél klein. Eén bagageband. Dat heeft ook voordelen: lang zoeken naar je koffer is er niet bij. Alor ligt helemaal in het oosten van de Indonesische Kleine Soenda-eilanden. Het is een archipel van vulkanische eilanden, met ruige bergen, kleine dorpen en een kustlijn waar grootschalig toerisme nog nauwelijks bestaat. En precies daar kwam ik voor.
Vanaf de luchthaven ging de reis eerst verder over land, daarna werd de auto ingeruild voor een kleine boot. Nog ongeveer veertig minuten varen en langzaam verdween de bewoonde wereld steeds verder uit beeld. En dan verschijnt Alor Divers. Wat een plek!
Alor Divers ligt afgelegen aan een strand op Pantar Island, tegenover Alor. Geen grote hotels, boulevard, strandtenten of rijen ligbedden. Het is een kleinschalig duikresort midden in de natuur, gebouwd voor mensen die hier eigenlijk maar voor een paar dingen komen: rust, natuur en vooral fantastisch duiken. Het resort bestaat uit slechts een klein aantal bungalows, verspreid langs het strand en tussen het groen. Vanuit je bungalow loop je vrijwel rechtstreeks richting zee. Geen massatoerisme, geen verkeersdrukte, geen volle stranden. Dit voelde eigenlijk als een vakantie midden in mijn reis.
Na dagen reizen door Java en Bali, vroeg opstaan, treinen, auto’s, boten, vulkanen en steeds weer de koffers pakken, was het heerlijk om langere tijd op één plek te blijven. Hoewel van volledige rust natuurlijk weinig terechtkwam. Want er moest gedoken worden. Veel gedoken worden.
Alor onder water
Ik heb inmiddels op behoorlijk wat plaatsen in de wereld gedoken. Van Thailand en de Malediven tot de Rode Zee, maar Alor heeft mij echt verrast. Sterker nog: de duikplaatsen hier behoren voor mij tot de meest bijzondere die ik tot nu toe heb bezocht. De wateren tussen Alor en Pantar staan bekend om hun enorme biodiversiteit. De combinatie van diepe zeestraten, sterke stromingen en voedselrijk water zorgt voor een spectaculaire onderwaterwereld. En vooral: iedere duik kan compleet anders zijn.
De ene keer duik je langs een wand die volledig bedekt is met kleurrijk zacht en hard koraal. Een volgende duik draait juist om kleine bijzondere dieren tussen het rif. Dan weer kom je terecht op een plek waar de stroming voor veel actie zorgt. Het koraal is op veel plaatsen werkelijk fantastisch. Kleuren overal, vissen overal en nauwelijks andere duikboten.
Dat laatste maakt een enorm verschil. Wie op bekende duikbestemmingen heeft gedoken, kent het beeld: meerdere boten bij dezelfde duikplaats en verschillende groepen duikers tegelijk onder water. In Alor kan het zomaar gebeuren dat er helemaal niemand anders is. Alleen de eigen boot, een kleine groep duikers en een compleet rif. De Pantar Strait, tussen de eilanden Alor en Pantar, vormt het hart van veel duikactiviteiten. Door de stromingen kan het duiken hier uitdagend zijn en is ervaring prettig. Tegelijkertijd zorgt juist die stroming voor de enorme hoeveelheid leven. De duikstekken variëren van steile drop-offs en kleurrijke riffen tot muck- en macroduiken. Voor fotografen onder water is het bijna onmogelijk om je te vervelen.
Het ritme van de dagen werd al snel heerlijk eenvoudig. Opstaan, ontbijten, duikspullen verzamelen en de boot in. Terug voor eten en rust en vervolgens opnieuw het water in. Geen ingewikkeld reisprogramma, geen lange transfers en even geen koffers inpakken. Dat bedoel ik met een vakantie binnen een reis. Maar dan wel een vakantie waarbij iedere dag onder water een nieuw avontuur wacht. Na vier duikdagen wist ik eigenlijk al genoeg: Alor behoort voor mij tot de mooiste duikbestemmingen die ik tot nu toe heb bezocht.
Samen verder
Na een aantal dagen alleen reizen en duiken veranderde er bovendien iets anders: Jolanda kwam naar Alor. Vanaf dat moment ging het grote Azië-avontuur samen verder. Voor haar betekende Alor eerst vooral even acclimatiseren na de lange reis vanuit Nederland. Een betere plek om dat te doen is nauwelijks denkbaar: bungalow, strand, zee en rust. Voor mij betekende het ondertussen nog een paar dagen extra duiken. Een prima taakverdeling, wat mij betreft.
Alor is niet de gemakkelijkste bestemming van Indonesië om te bereiken. Je vliegt er niet rechtstreeks vanuit Nederland naartoe. Er zijn binnenlandse vluchten nodig, vervolgens vervoer over land en voor Alor Divers uiteindelijk ook nog een boottransfer. Maar misschien is dat juist de kracht.
Wie bereid is iets meer moeite te doen, komt terecht op een bestemming waar het internationale massatoerisme nog nauwelijks aanwezig is. Boven water is het landschap ruig en ongerept. Onder water wacht een van de rijkste en meest gevarieerde duikgebieden die Indonesië te bieden heeft. En ’s avonds? Geen drukke boulevard of beachclub. Gewoon eten, napraten over de duiken en uitkijken over zee, soms hoeft reizen niet ingewikkelder te zijn.
Op naar Flores en Komodo
Na de rust en het duiken op Alor wordt het weer tijd om de koffers te pakken. De volgende etappe brengt ons richting Flores. Daar wacht opnieuw een compleet ander Indonesië, met prachtige landschappen, lokale dorpen en uiteindelijk een van de bekendste natuurgebieden van het land: Komodo National Park. En natuurlijk gaan we ook daar niet alleen vanaf de kant kijken. Er wacht opnieuw een boot, er wacht opnieuw een fantastische onderwaterwereld en waarschijnlijk wachten er weer genoeg onverwachte momenten die vooraf in geen enkel reisprogramma zijn te zetten.
Want dat is inmiddels misschien wel de belangrijkste conclusie van deze eerste weken Indonesië: de mooiste reizen bestaan niet alleen uit de bekende hoogtepunten. Juist de route ertussen, onverwachte tussenstops en plekken waarvoor je nét wat meer moeite moet doen, maken het avontuur compleet. Kupang was maar één nacht, maar zorgde ervoor dat Timor op het lijstje voor een volgende reis staat. En Alor? Dat heeft zich wat mij betreft in één klap tussen mijn favoriete duikbestemmingen genesteld.
Wat een paradijs, wat een duiken en wat een geweldig vervolg van deze drie maanden door Azië.





Recente reacties